Een dilatatie is een doorgaande voeg die een constructie bewust in afzonderlijke segmenten verdeelt. Elk segment kan daardoor vrijelijk uitzetten, krimpen of zakken zonder dat er spanningen worden overgedragen naar de aangrenzende delen. Zonder dilataties dwingen temperatuurwisseling, vochtverandering en ongelijkmatige zetting de bouwdelen tot vervorming, wat leidt tot scheurvorming.
Werking
De voeg loopt volledig door alle constructieve lagen heen — bij een spouwmuur dus door zowel de binnen- als de buitenspouwblad. De voeg blijft open of wordt gevuld met een blijvend elastisch afdichtingsmateriaal (kit of compriband) dat de beweging kan volgen zonder te scheuren.
Onderlinge afstanden in gevelmetselwerk
| Steensoort | Richtlijnafstand |
|---|---|
| Baksteen | circa 10–15 m |
| Kalkzandsteen | circa 6–8 m |
Exacte afstanden volgen uit de specifieke steensoort, de detaillering en de richtlijnen van de fabrikant of SBR. Extra dilataties zijn altijd nodig bij sprongen in de gevel, grote geveldelen en direct boven of naast grote openingen.
Voordelen
- Voorkomt scheurvorming door thermische en hygrische vervormingen.
- Vangt zettingsverschillen op tussen gebouwdelen met verschillende belasting of fundering.
- Relatief eenvoudig en goedkoop in te passen bij nieuwbouw.
Nadelen
- Vereist nauwkeurige detaillering; een slecht gevulde of te smalle voeg werkt niet correct.
- Kitmaterialen vergen periodiek onderhoud (doorgaans elke 10–15 jaar vervangen).
- Ontbrekende of verkeerd geplaatste dilataties zijn een van de meest voorkomende oorzaken van scheurvorming in metselwerk.
Normering
NEN-EN 1996 (Eurocode 6) geeft de rekenkundige grondslag; SBR-publicaties vertalen dit naar praktische detaillering voor de Nederlandse bouwpraktijk.