Een kanaalplaatvloer bestaat uit fabrieksmatig vervaardigde betonplaten met meerdere holle kanalen die over de volledige lengte doorlopen. De platen worden bijna altijd voorgespannen uitgevoerd: voorspanstaal in de onderste zone compenseert de trekspanningen die ontstaan bij belasting, waardoor grotere overspanningen mogelijk zijn dan bij slappe wapening alleen.
Afmetingen en toepassingsgebied
| Kenmerk | Gangbare waarden |
|---|---|
| Dikte | ca. 150–400 mm |
| Breedte per plaat | 1,2 m (standaard) |
| Max. overspanning | ca. 15 m |
De platen worden toegepast als verdiepingsvloer en begane-grondvloer in zowel woningbouw als utiliteitsbouw. Dankzij de grote overspanningsmogelijkheid zijn vrije indelingen zonder dragende tussenmuren haalbaar.
Druklaag
Na het plaatsen wordt doorgaans een constructieve druklaag (in-situ beton) aangebracht. Die verbindt de afzonderlijke platen tot één schijf, verdeelt puntlasten en biedt aanhechtingsvlak voor afwerking.
Voordelen
- Gewichtsbesparing – 30–50% lichter dan massief beton; lagere fundering- en transportbelasting.
- Snelle montage – prefab productie onafhankelijk van weersomstandigheden; kraan plaatst volledige vloer in korte tijd.
- Grote overspanning – minder dragende wanden of kolommen nodig.
- Geluid en warmte – de massa zorgt voor goede luchtgeluidisolatie en thermische traagheid.
Nadelen
- Beperkte bewerkbaarheid – achteraf doorboren of zagen voor leidingdoorvoeren vereist overleg met constructeur (kanalen mogen niet worden beschadigd).
- Kraanvereiste – zware en grote elementen vragen zwaar hijsmaterieel en voldoende aanrijroute.
- Maatvastheid – afwijkende maatvoeringen zijn minder flexibel dan in-situ gestort beton.
Normen
De productienorm is NEN-EN 1168 (prefab betonnen kanaalplaten). Het constructief ontwerp volgt NEN-EN 1992 (Eurocode 2). Toepassing in nieuwbouw valt onder het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving).