Prefabricage betekent dat bouwelementen — vloeren, wanden, gevels, dakelementen of complete woningmodules — onder geconditioneerde fabrieksomstandigheden worden geproduceerd. Op de bouwplaats worden ze alleen nog geplaatst en verbonden. De tegenhanger is traditioneel in-situ storten of metselen op locatie.

Toepassingen

Veelgebruikte prefab-elementen zijn kanaalplaatvloeren en breedplaatvloeren (conform NEN-EN 1168 resp. NEN-EN 13747), prefab betonwanden voor casco’s, en houtskeletbouwelementen (wand- en dakvlakken). Aan de top van de schaal staan complete badkamer- of woningmodules die als één stuk worden ingehesen.

Voordelen

  • Constante kwaliteit — productie in vaste mal onder gecontroleerde omstandigheden, onafhankelijk van weer of seizoen.
  • Kortere bouwtijd — fabricage en fundering lopen parallel; montagetijd op locatie is minimaal.
  • Minder bouwafval — maatwerk in de fabriek levert nauwkeurigere snedes en minder restmateriaal.
  • Minder weersafhankelijkheid — kritieke uitharding en afwerking vinden binnen plaats.

Nadelen

  • Vroege maatvastheid — afmetingen en aansluitdetails moeten al in de ontwerpfase volledig zijn uitgewerkt; latere wijzigingen zijn kostbaar.
  • Beperkte flexibiliteit op locatie — improviseren of aanpassen ter plekke is lastig.
  • Transport- en hijseisen — elementen breder dan 3,00 m vereisen een transportontheffing conform de Regeling voertuigen; zware of grote stukken stellen hoge eisen aan kraancapaciteit en bereikbaarheid van de bouwplaats.

Regelgeving

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt functionele eisen aan constructieve veiligheid en brandwerendheid; prefab-elementen moeten hieraan voldoen ongeacht de productiemethode.