De overspanning (ook wel spanwijdte) is de vrije afstand — gemeten hart op hart of licht op licht, afhankelijk van de rekenmethode — tussen twee opleggingen of steunpunten waarover een constructie-element (balk, latei, vloerplaat) de belasting moet dragen.
Invloed op doorbuiging en profielkeuze
Buigmoment en doorbuiging nemen niet lineair, maar kwadratisch resp. in de vierde macht toe met de overspanning. Een twee keer zo lange balk buigt bij gelijke belasting al snel vier tot zestien keer meer door. Daardoor stijgt de benodigde profielhoogte snel bij grotere overspanningen.
Vuistregel stalen vloerbalk: profielhoogte ≈ overspanning / 20 (uitsluitend als eerste schatting; definitieve dimensionering door een constructeur).
Doorbuigingseisen (NEN-EN 1990 + NL nationale bijlage)
| Grenswaarde | Eis |
|---|---|
| Bijkomende doorbuiging (variabele last) | maximaal 0,003 × overspanning |
| Totale doorbuiging | maximaal 0,004 × overspanning |
Bij een vloerbalk van 6 m betekent dit: bijkomende doorbuiging maximaal 18 mm, totale doorbuiging maximaal 24 mm.
Aandachtspunten
- Grotere overspanning geeft meer ontwerpvrijheid (minder kolommen/draagmuren), maar vereist zwaardere en duurdere constructie-elementen.
- Kleinere overspanning is constructief efficiënter, maar beperkt de indelingsvrijheid van de plattegrond.
- Bij verbouwingen (muur verwijderen, doorbraak) neemt de overspanning van de nieuwe latei of balk toe: altijd een constructeur inschakelen voor de maatvoering.
- Vloersystemen als kanaalplaatvloeren en breedplaatvloeren hebben elk een eigen maximale economische overspanning die de leverancier opgeeft.