Bouwfysica & isolatie
Dé rekenwaarden-categorie: warmte, vocht, lucht en geluid in gebouwen. Hier vind je Rc-, U- en λ-waarde, koudebrug, dauwpunt en dampscherm — met formules, rekenvoorbeelden en de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en NTA 8800. De basis onder elk isolatie- en verduurzamingsadvies.
- Damp-open bouwen — Damp-open bouwen is een bouwwijze waarbij de constructie waterdamp gecontroleerd kan doorlaten en afstaan, met lagen die van binnen naar buiten steeds dampopener worden, zodat inwendige condensatie wordt voorkomen.
- Dampscherm — Dampremmende of dampdichte laag aan de warme zijde van de isolatie die voorkomt dat vochtige binnenlucht de constructie intrekt en ter hoogte van het dauwpunt condenseert.
- Dauwpunt — Temperatuur waarbij lucht met een gegeven vochtgehalte volledig verzadigd raakt (100% RV) en waterdamp begint te condenseren tot vloeibaar water.
- Faseverschuiving — De tijd in uren die een warmtegolf nodig heeft om van de buitenzijde door een constructie naar binnen te dringen; een hoge waarde betekent dat de hittepiek vertraagd en afgedempt binnenkomt.
- Inwendige condensatie — Condensvorming ín een constructiepakket doordat diffunderend waterdamp een laag passeert die kouder is dan het dauwpunt; ook wel interstitiële condensatie genoemd.
- Koudebrug — Een koudebrug is een plek in de gebouwschil waar de isolatielaag onderbroken of verzwakt is, waardoor warmte er sneller doorheen stroomt dan in de omliggende constructie.
- Koudeval — Een neerwaartse luchtstroom die ontstaat doordat lucht afkoelt langs een koud oppervlak (meestal glas), zwaarder wordt en als tocht langs de vloer de ruimte instroomt.
- Lambda-waarde (λ) — De lambda-waarde (λ) is de warmtegeleidingscoëfficiënt van een materiaal in W/(m·K): hoe lager de waarde, hoe slechter het materiaal warmte geleidt en dus hoe beter het isoleert.
- Luchtdicht bouwen — Het zoveel mogelijk beperken van ongecontroleerde luchtlekken door de gebouwschil (kieren, naden, doorvoeren), gemeten als qv;10-waarde in dm³/s per m² bij 10 Pa drukverschil.
- Oppervlaktecondensatie — Oppervlaktecondensatie is het neerslaan van vocht op het binnenoppervlak van een constructiedeel dat kouder is dan het dauwpunt van de binnenlucht, zichtbaar als beslagen ramen of natte plekken bij koudebruggen.
- Psi-waarde (ψ) — De psi-waarde (ψ) is de lineaire warmtedoorgangscoëfficiënt in W/(m·K): het extra warmteverlies per strekkende meter van een lineaire koudebrug, bovenop het verlies via de vlakken zelf.
- Rc-waarde — De Rc-waarde is de warmteweerstand van een bouwconstructie (m²·K/W): de som van de Rd-waarden van alle lagen. Hoe hoger, hoe beter geïsoleerd.
- Rd-waarde — De Rd-waarde is de gedeclareerde warmteweerstand van één materiaallaag of isolatieproduct in m²·K/W, berekend als dikte (m) gedeeld door de lambda-waarde (W/(m·K)).
- Relatieve luchtvochtigheid (RV) — De hoeveelheid waterdamp in lucht uitgedrukt als percentage van de maximale dampinhoud bij die temperatuur; bij 100% is het dauwpunt bereikt.
- Thermische massa — Thermische massa is het vermogen van een constructiedeel om warmte op te slaan en vertraagd af te geven, uitgedrukt als massa maal soortelijke warmte (J/K), waardoor temperatuurpieken in een gebouw worden gedempt.
- Thermische schil — De doorlopende laag van isolatie én luchtdichting die het verwarmde volume van een gebouw volledig omsluit — vloer, gevels, dak, ramen en deuren inbegrepen.
- Transmissieverlies — Transmissieverlies is het warmteverlies dat via geleiding door de constructiedelen van de thermische schil naar buiten stroomt, berekend als U × A × temperatuurverschil plus de bijdragen van lineaire koudebruggen (ψ × lengte).
- U-waarde — De U-waarde is de warmtedoorgangscoëfficiënt van een constructiedeel in W/(m²·K): hoeveel warmte er per m² per graad temperatuurverschil doorheen stroomt. Hoe lager, hoe beter geïsoleerd.